Mattheus 6.

‘Kom op mam!’, roept Matt naar z’n moeder. Hij staat allang klaar om naar voetbal te gaan, maar z’n moeder is weer zo vreselijk sloom. Altijd weer dat gedoe voor die spiegel en het zeuren of ze er goed uitziet.. Matt is 8 jaar oud en vindt dat allemaal maar onbelangrijke dingen.. Maar, het is z’n moeder, dus hij houdt stiekem wel heel veel van d’r.
Als ze eindelijk naar voetbal vertrekken in de auto, is Matt het eigenlijk alweer zat. Het enige waar zijn moeder over kan praten is dat hij vandaag wel moet winnen. Hij zit al in een hoge klasse voor zijn leeftijd, hij doet het supergoed. Maar hij moet winnen! “Maar mam, waarom mag ik niet gewoon voor m’n lol spelen? Waarom moet ik winnen?”. Zijn moeder antwoordt: “Lieve Matt, je bent al acht, jij snapt toch ook wel dat je moet winnen, pas dan heb je echt wat bereikt!”. Matt zucht diep.

Bij de ingang van het voetbalveld, dicht bij het centrum, zit altijd een meneer. Matt vindt ‘m er altijd wel aardig uitzien. Ja, oké.. Zijn kleren zijn een beetje vies en oud.. En hij heeft zijn haar al wel een tijdje niet gewassen.. En de hond die hij altijd bij zich heeft is nou ook niet bepaald schoon.. Maar hij glimlacht altijd naar Matt. Dus hij zal toch wel aardig zijn? Hij zit met z’n pet aan zijn voeten, in de hoop dat mensen hem geld geven. Matt heeft geen geld, dus hij glimlacht altijd maar gewoon terug. Maar deze donderdag zit het Matt dwars.. Hij wéét namelijk dat zijn moeder wel geld heeft. Vlak voor de ingang vraagt hij aan haar: “Mam, zullen we die meneer wat geld geven? Hij zit daar al zo lang.”. “Nee Matt.”. Hij krijgt een afkeurende blik van z’n moeder, maar waarom? Matt snapt er niks van. “Maar mam, je hebt geld. Ik heb het je in je portemmonnee zien doen!”. “Matt, hou je mond en loop door.” Matt staat stil. “Mam.”. “Matt!”. “Mahaaaam.”. Zijn moeder pakt hem bij zijn arm en sleurt hem weg. Matt zucht diep.

Op zondag gaan Matt, zijn moeder en zijn vader naar de kerk. Altijd weer een bijzondere ervaring, vindt Matt. Al die liederen, een collecte, een orgel, een dominee.. Indrukwekkend. Die collecte vindt Matt altijd wel een mooi iets. Hij vindt dat als je mensen op straat tegenkomt die geld nodig hebben, je ook wat moet geven, zeker als je genoeg geld hebt. En tijdens de collecte viel hem iets op. Niemand gluurt. Niemand gluurt stiekem hoeveel er in de zak zit of hoeveel zijn/haar buurman in de zak doet. Nouja, af en toe een gekke peuter die z’n hand in de zak steekt en er wat uit haalt, maar die krijgt altijd al snel op zijn kop.. “Matt! Word eens wakker! Hier is 10 euro voor in de collectezak!”. Matt ziet zijn moeder met een briefje van 10 wapperen en trots om zich heen kijken. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij de collectezak niet aan zag komen. Maar waarom deed zijn moeder zo gek? Iedereen kijkt naar haar.. Matt zucht diep.

Matt komt net terug van buiten spelen met z’n grote vriend Bas. Als hij de deur open doet, hoort hij zijn moeder al aan de telefoon.. Ze praat vast weer met tante Anneke, daar zit ze zo vaak mee aan de telefoon. En altijd gaat het weer over hetzelfde: “De buurvrouw maakt zo’n lawaai, de presentatie van morgen gaat echt vreselijk mislukken, de hele week zit veel te vol en is veel te druk, wanneer moet ik in hemelsnaam nog ademhalen!?, m’n man heeft niet eens tijd voor me, oh nu zijn de aardappelen alweer overgekookt!”. Matt vindt het maar gezeur om dingen.. Laat het los.. Hij schenkt een glas Roosvicee in voor z’n moeder en zegt: “Komt wel goed mama, dat is morgen pas”.