Jesaja 12

Allereerst: Lang geleden! D’r werd naar gevraagd wanneer ik weer wat schreef, en ik had er nu wel zin in. Hopelijk in de vakantie weer steeds meer!
Allertweest (haha): Ik merkte dat toen ik dit hoofdstuk las, ik het op twee manieren las. Negatief én positief. Het is maar net waar je je op focust. Het is maar net wat je wil horen. Maar het waardevolle gevoel van de tweede manier spreekt me toch wel het meest aan.
Allerdriest: Tot snel!


Negatieve focus

Ja, U bent groot. U kan alles. U heeft de macht. En als ik dan even niet doe, wat ik zou moeten doen, wordt U woedend. Ja, U vergeeft dan ook wel weer. Maar U wordt wel wel woedend. U zegt dan wel dat u mij redt, mijn vertrouwen bent, maar hoe kan ik nou vertrouwen als U ook woedend op mij was? U was woedend op mij, dat weet U toch nog wel? Ja, klopt.. Ik had wat verkeerd gedaan, maar hee. U bent die God van liefde. U was woedend. Op mij. Uw Naam zal overal bekend zijn, iedereen zal van U weten. Ik hoop dat ze dan wel weten hoe ik het voel. Dat U ook woede heeft. U kan woedend zijn, op mij. Op iedereen. Op de wereld. Hmhm, U troost. Ik weet het.

Positieve focus

Ja, U bent groot. U kan alles. U heeft de macht. En als ik even niet doe, wat ik zou moeten doen, dan krijg ik alsnog Uw hand op mijn schouder. Ja, U bent gefrustreerd met mij, misschien zelfs woedend. Maar is dat niet terecht? Ik heb iets verkeerd gedaan, net als een echte vader mag U dan boos worden. Net als een echte vader, houdt U mij daarna gewoon vast. U leidt mij, aan ’t handje soms zelfs, en laat mij zien: Jij bent Mijn geliefde kind, in jou vind Ik vreugde, ook al doe je af en toe wat doms en niet precies wat Ik tegen je zeg. Uw Naam zal overal bekend zijn, iedereen zal van U weten. Ik hoop dat ze dan wel weten hoe ik het voel. Dat U Uw hand op schouders legt. Dat U ons leidt, ondanks onze fouten. U mag woedend zijn, op mij. Op iedereen. Op de wereld. Maar dat maakt Uw liefde niet minder.

Jesaja 55

Je kan God misschien wel zien als een marktkraam. Nee, dat is niet oneerbiedig bedoeld, dat heet ‘metafoor’.
Hoe kom ik hierbij? Nou, lees Jesaja 55 vers 1 maar. ‘Ja,’ zul je zeggen, ‘dat zijn op zichzelf al metaforen. Ga je nu echt een metafoor van metaforen maken?’
Jup.
God is een bijzonder marktkraam (of de verkoper, of beide, wat jij wil). Een marktkraam vol eten en drinken, waar je niet voor hoeft te betalen. God is een marktkraam voor iedereen, niet alleen voor vegetariërs of mensen uit Overvecht. Nee, iedereen. En de inkomenseis valt dus ook weg.
Maar Gods marktkraam staat niet op de markt, tussen de boeren en buitenlui met hun pinpas. Gods kraam staat op een plek zonder ook maar één wegwijzer in de buurt en je kan hem alleen vinden als je zoekt.
En zijn promotiemateriaal?
Dat ben jij.

– hij kan nog veel verder uitgedacht en uitgewerkt worden, maar je moet ook zelf een beetje nadenken he 🙂 –

Psalm 139

Als een mens mij zo zou kennen,
Werd hij gillend gek.
Als een mens mij zo zou kennen,
Zou hij kijken met zo’n blik.
Die blik, die jij mensen ook soms geeft.

Als een mens er altijd zo zou zijn,
Zoals U er bent,
Werd ik gillend gek.
Dat gevoel, wat je soms al hebt.

Als ik denk aan Gods kennen,
Dan voel ik die liefde.
Als ik denk aan Gods kennen,
Voelt het alsof ik onmogelijk fout kan gaan.

Steeds vaker bent U mijn Oceaan.

http://youtu.be/HQvkcVNdgPo

Daniël 4

‘Ik heb hem al zo vaak gewaarschuwd, hij luistert gewoon echt niet..’.
‘Nou, weet je.. Dan moet ie het zelf maar oplossen. Hij ontdekt vast op een gegeven moment zelf wel dat we hem gewaarschuwd hebben.. Hopelijk is het dan nog niet te laat.’

Zo liep een stukje van het gesprek tussen Nathan en Stef. Het ging over hun beste vriend, Jefta. Jefta was een beetje een bijzondere jongen. Hij is 23 jaar en leidt het leven van een ‘echte’ student: hij gaat naar veel feestjes, hij drinkt lekker veel bier, rookt af en toe wat en heeft nou niet bepaald lang verkering telkens.. Nathan en Stef daarentegen zijn andere types. Ze houden ook wel van een feestje, en van een biertje, en roken misschien ook wel eens een sigaartje; maar in andere mate dan Jefta. En beide jongens hebben al een redelijke tijd een vriendin. Kortom, ze verschillen wel van elkaar. En toch zijn ze beste vrienden. Ze kennen elkaar al erg lang, sinds ze ukkies waren.

Nathan en Stef zijn bang. Bang dat Jefta een soort verdwaald raakt in zijn wereldje, waar ie dan nog met moeite uit gaat komen. En ze vinden dat zo zonde, want Jefta is een toffe, lieve en ook best intelligente jongeman, die echt veel potentie heeft in het leven. Klinkt het gek als ze dat zo vinden? Ze willen niet oordelen eigenlijk, maar dat is zo lastig. En Jefta reageert ook altijd zo irritant. ‘Ja maar gasten, stel je niet zo aan, leef ook een beetje! Het is toch heerlijk om een keer een avondje door te halen met bier en meisjes?’. Nathan en Stef doen hun uiterste best om niet te doen alsof hun levensstijl het meest perfect, 100% goed is. Nee, zij hebben al zo vaak tegen Jefta gezegd dat zij ook fouten maakten en dat zij ook wel eens afdwaalden.. ‘Nathan.. Stef.. Hou nou eens op met jullie gelul over je levensstijl. Je leeft niet eens, je doet niks. Geniet ook eens wat meer, laat jezelf gaan. En geloof mij nou ook eens, als vrienden zijnde, dat ik echt wel weet waar ik mee bezig ben en ook echt best op tijd kan stoppen als dat nodig is!’.

Op een gegeven moment draaide toch Jefta’s wereld om en luisterde hij naar de woorden van Nathan en Stef. Hoe dat zo? Minder leuk verhaal, iets met téveel alcohol, ziekenhuizen, boze ex, en dergelijke. Daar gaan we maar niet dieper op in.

Op een gegeven moment draaiden toch Nathan’s en Stef’s wereld om en luisterden zij naar de woorden van Jefta. Hoe dat zo? Minder leuk verhaal, iets met téveel alcohol, ziekenhuizen, boze ex, en dergelijke. Daar gaan we maar niet dieper op in.


Sorry voor het extreem generaliserende beeld van studenten of misschien feestende jongeren. Daniel 4 is een lastig stuk om in korte tijd naar iets normaals te vertalen zonder in extremen te praten. 🙂

Johannes 6

“Het is echt niks. Het stelt toch echt niks voor.. Wat zou Hij dáár nou aan hebben? Dat helpt Hem geen meter vooruit en ik ben m’n brood en vis dan kwijt..”. Dat schoot allemaal door zijn hoofd. Niet heel gek, als er zoveel mensen voor je zitten.. Hij was al gaan staan en in de richting van Jezus aan het lopen, maar iets hield hem een beetje tegen..  Hij had maar vijf broden en twee vissen.. en je had die menigte mensen moeten zien.. Niemand zag hem trouwens staan, hij liep tussen alle mensen door, werd een paar keer in zijn zij gebeukt door de drukte aan mensen en kwam uiteindelijk een beetje vooraan..

Alle gedachten die daarnet nog zo hard door zijn hoofd vlogen waren stil. Hij trok de eerste de beste persoon waarvan hij wist dat die bij Jezus hoorde aan zijn jas. Andreas draaide zich om, luisterde met een half oor naar wat hij zei en keerde terug naar Jezus. Hij had geen flauw idee of Andreas er wat mee zou gaan doen.. Volwassenen luisteren toch zo vaak maar half naar wat een kind zegt.. Op een gegeven moment voelde hij iemand kijken. Hij keek op en zag Jezus hem aanstaren. Alle gedachten die daarnet zo heerlijk stil waren begonnen meteen weer: “Oh, Hij zal ook wel denken.. Hij heeft toch niks aan zo weinig eten.. en dan kom ik Hem ook nog eens in Zijn tijd storen.. Als iedereen dat zou doen..”. Maar hij hoorde Jezus tegen zijn discipelen praten.. Hij ving maar flarden op.. “gras, … zitten, …”. Achter zich ging de hele meute mensen op de grond zitten en hij hoorde Jezus voor het eten bidden. “Welk eten?! Mijn eten, dat is toch veel te weinig?!”.

Hij heeft met open mond staan kijken. Zijn vijf broden, en zijn twee vissen, die van zo weinig nut leken, hebben de magen van iedereen gevuld. Het was magisch. Hij keek naar Jezus, en Jezus keek terug en gaf een knipoog. En in die ene knipoog zat liefde, zat vertrouwen en zat ‘jij bent genoeg, ook jij hebt nut!”. Dat zal hij nooit vergeten.

Efeze 5.

Ik geef je leven, helemaal nieuw.

Nee, je doet het niet alleen.

God is je voorbeeld, God geeft de weg.

Hoe moeilijk het ook is dat Ik dat zeg.

Ik geef je leven, helemaal nieuw,

maar verpest het dan niet meteen.

Houd je slechte woorden eens voor je,

laat je dankbaarheid zien.

Ik geef je leven, helemaal nieuw,

maar gedraag je als een kind.

Een kind van God, vol goede dingen.

Ik geef je leven, helemaal nieuw,

maar hou het nieuw en hou het mooi.

Want Ik geef het je niet zonder reden.

Houd dat voor ogen, houd dat in zicht.

Ik geef je nieuw leven, niet voor niks. 

Mattheus 6.

‘Kom op mam!’, roept Matt naar z’n moeder. Hij staat allang klaar om naar voetbal te gaan, maar z’n moeder is weer zo vreselijk sloom. Altijd weer dat gedoe voor die spiegel en het zeuren of ze er goed uitziet.. Matt is 8 jaar oud en vindt dat allemaal maar onbelangrijke dingen.. Maar, het is z’n moeder, dus hij houdt stiekem wel heel veel van d’r.
Als ze eindelijk naar voetbal vertrekken in de auto, is Matt het eigenlijk alweer zat. Het enige waar zijn moeder over kan praten is dat hij vandaag wel moet winnen. Hij zit al in een hoge klasse voor zijn leeftijd, hij doet het supergoed. Maar hij moet winnen! “Maar mam, waarom mag ik niet gewoon voor m’n lol spelen? Waarom moet ik winnen?”. Zijn moeder antwoordt: “Lieve Matt, je bent al acht, jij snapt toch ook wel dat je moet winnen, pas dan heb je echt wat bereikt!”. Matt zucht diep.

Bij de ingang van het voetbalveld, dicht bij het centrum, zit altijd een meneer. Matt vindt ‘m er altijd wel aardig uitzien. Ja, oké.. Zijn kleren zijn een beetje vies en oud.. En hij heeft zijn haar al wel een tijdje niet gewassen.. En de hond die hij altijd bij zich heeft is nou ook niet bepaald schoon.. Maar hij glimlacht altijd naar Matt. Dus hij zal toch wel aardig zijn? Hij zit met z’n pet aan zijn voeten, in de hoop dat mensen hem geld geven. Matt heeft geen geld, dus hij glimlacht altijd maar gewoon terug. Maar deze donderdag zit het Matt dwars.. Hij wéét namelijk dat zijn moeder wel geld heeft. Vlak voor de ingang vraagt hij aan haar: “Mam, zullen we die meneer wat geld geven? Hij zit daar al zo lang.”. “Nee Matt.”. Hij krijgt een afkeurende blik van z’n moeder, maar waarom? Matt snapt er niks van. “Maar mam, je hebt geld. Ik heb het je in je portemmonnee zien doen!”. “Matt, hou je mond en loop door.” Matt staat stil. “Mam.”. “Matt!”. “Mahaaaam.”. Zijn moeder pakt hem bij zijn arm en sleurt hem weg. Matt zucht diep.

Op zondag gaan Matt, zijn moeder en zijn vader naar de kerk. Altijd weer een bijzondere ervaring, vindt Matt. Al die liederen, een collecte, een orgel, een dominee.. Indrukwekkend. Die collecte vindt Matt altijd wel een mooi iets. Hij vindt dat als je mensen op straat tegenkomt die geld nodig hebben, je ook wat moet geven, zeker als je genoeg geld hebt. En tijdens de collecte viel hem iets op. Niemand gluurt. Niemand gluurt stiekem hoeveel er in de zak zit of hoeveel zijn/haar buurman in de zak doet. Nouja, af en toe een gekke peuter die z’n hand in de zak steekt en er wat uit haalt, maar die krijgt altijd al snel op zijn kop.. “Matt! Word eens wakker! Hier is 10 euro voor in de collectezak!”. Matt ziet zijn moeder met een briefje van 10 wapperen en trots om zich heen kijken. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij de collectezak niet aan zag komen. Maar waarom deed zijn moeder zo gek? Iedereen kijkt naar haar.. Matt zucht diep.

Matt komt net terug van buiten spelen met z’n grote vriend Bas. Als hij de deur open doet, hoort hij zijn moeder al aan de telefoon.. Ze praat vast weer met tante Anneke, daar zit ze zo vaak mee aan de telefoon. En altijd gaat het weer over hetzelfde: “De buurvrouw maakt zo’n lawaai, de presentatie van morgen gaat echt vreselijk mislukken, de hele week zit veel te vol en is veel te druk, wanneer moet ik in hemelsnaam nog ademhalen!?, m’n man heeft niet eens tijd voor me, oh nu zijn de aardappelen alweer overgekookt!”. Matt vindt het maar gezeur om dingen.. Laat het los.. Hij schenkt een glas Roosvicee in voor z’n moeder en zegt: “Komt wel goed mama, dat is morgen pas”.

Romeinen 8

“Doden in Nigeria door twee aanslagen Boko Haram. Deel perron Tilburg ingestort, één zeer zwaargewonde. Beveiliger Koreaans concert pleegt zelfmoord. Signalen van mensenhandel bij tien prostituees. 278 slachtoffers vliegramp MH17 geïdentificeerd. Doden bij gevechten bij Malinese stad Gao. Palestijnse tiener doodgeschoten op Westoever. Seriemoordenaar Brazilië doodt 39 mensen ‘uit boosheid’. Man aangehouden voor maken en verspreiden van kinderporno. Twee blauwhelmen VN-vredesmissie gedood in Darfur.”

Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. (vers 18)

Hopen op wat komen gaat.
Nog onbekend.
Hopen op bevrijding
Van lijden overal.
Hopen op iets onzichtbaars
is de grootste hoop die er is.

Bidden voor een oorlog
of bidden voor een ruzie,
dat het verdwijnen mag.
Zoeken naar de woorden,
onvindbaar voor gebed.

Onnodig,
overbodig.
God
heeft de woorden
die je zoekt.

Gods kinderen zijn wij.
Voor en achter ons.
Oh how he loves us..

Kolossenzen 3

D’r is een meisje. Zo’n meisje waarbij je twijfelt over hoe ze nu echt is. Zo’n meisje wat doordeweeks een beetje een bijzonder type is, maar op zondag super braaf.
Volgens mij heet ze Paula. En je zou kunnen zeggen dat Paula twee kanten heeft. De doordeweekse en de zondagse kant.

Als je Paula doordeweeks tegenkomt, loopt ze vaak met haar vriendinnen in de stad. Het standaard onderwerp in dit clubje is hoe leuk die jongen is die op ze af komt lopen, of hoe irritant dat ene meisje nou weer deed over dat ene onderwerp. Het cliché bitch-beeld, zou ik zeggen.
Zondagse Paula is anders. Zondagse Paula gaat naar de kerk, soms wel twee keer op één zondag. Zondagse Paula luistert intensief naar de preek, zondagse Paula zingt enthousiast mee. Zondagse Paula loopt niet met haar clubje vriendinnen door de kerk, maar gewoon in haar eentje. Zondagse Paula lijkt een stuk liever. Misschien is ze dat ook wel.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom ze zo inconsistent is. Waarom ze in de ene setting zo is, waarom ze in de andere setting zo lief is. Het menselijk brein is een gek iets. We passen ons aan naar onze situatie, maar veranderen hiermee onszelf ook. En ik denk, heel persoonlijk, dat we best wel aanvoelen wat onze echte ‘ik’ is. In welke setting we onszelf écht onszelf voelen.

Paula heeft een soort ‘vage’ vriend/kennis. Hij heet Bas en hij is best wel awesome. Bas is niet doordeweeks anders dan op zondag. Bas is eigenlijk altijd redelijk dezelfde persoon. En iedereen die Bas leert kennen, noemt dat het zo’n lieve, dienstbare jongen is. Blijkbaar doet hij alles voor iedereen om te helpen en lijkt ie ook nog eens gelukkig. Bas ergert zich af en toe wel aan Paula, maar Bas is hierin anders dan andere mensen. Bas confronteert Paula met haar doen en laten. Op een zondag, want dat is Paula’s goeie dag, ging hij in gesprek met Paula en benoemde wat hij gezien had, hoe verschillend zij is afhankelijk van of het doordeweeks of zondags is.

Iedereen moet zo iemand hebben.. We hebben allemaal de neiging om af te dwalen, denk ik. We hebben allemaal de neiging om jaloezie of lage begeerten de overhand te laten nemen in ons leven, onbewust of bewust. En ook al willen we het niet, het gebeurt, want we zijn mensen.. Echter, als iedereen een vriend zou hebben als Bas, die je confronteert met hoe je leeft en je vertelt hoe hij denkt dat het zou ‘moeten’, dan zou de wereld al een stukje beter eruit zien denk ik. Als we dan niet te eigenwijs zijn in ieder geval, we moeten wel naar de ‘Bas’-en in ons leven luisteren.

En eigenlijk zijn we allemaal een beetje zoals Paula. En ik al helemaal. Maar gelukkig heb ik ook een Bas, die me daarover na laat denken.


Lees vooral écht ook Kolossenzen 3, want het is een bijzonder mooi stuk en dit zelfgeschreven stuk is wel naar aanleiding daarvan, maar misschien ook een beetje vergezocht 🙂

Psalm 119


PSALM 119


Samenvatting van ’n Psalm van 11 pagina’s:
Trust in the Lord, with all your heart. Lean not on your own understanding.
In all of your ways, acknowledge Him, and He will make your paths straight.