1 Petrus 2


1 PETRUS 2: 19-25


Laat ik het maar even op de eerlijke en persoonlijke tour gooien. Ik heb héél hard nagedacht hoe ik dit stuk in een mooi verhaal ging zetten. Je kan nu gemakkelijk stellen dat ik het natuurlijk op een christenvervolging had kunnen gooien en hier een mooi verhaal van kunnen schrijven. Ik durfde dit niet aan. Ik weet het, creatieve vrijheid en dergelijke, maar ik denk dat ik het verhaal van een vervolgde christen niet zo kan vertellen dat ik er recht aan doe, dat ik het echt vertel zoals het voelt. Vandaar.

Waar ik achter kwam, aan de hand van deze tekst, is dat ik eigenlijk een heel gezegend leven heb. Ik heb heel hard nagedacht over zaken waarin ik lijd, waarin ik gestraft word voor goede daden. Ik kon eigenlijk niks bedenken. Ik kan in alle vrijheid op de Uithof voor mijn lunch bidden. Ik kan in alle vrijheid een opwekkingsliedje samen met m’n mede-christelijke studiegenootje midden in het Langeveld gebouw gaan zingen. Ik kan op mijn werk als onderzoeksassistent duidelijk maken dat ik het minder prettig vind als er gescholden wordt met Jezus. Ik mag naar de kerk, waar ik wil.

Ik heb respect. Respect voor de mensen die wél moeite ervaren met geloven en die alsnog doorzetten.

En misschien het leukste van dit elke dag een verhaaltje schrijven, is het feit dat je iets makkelijker aan een niet-gelovige vriend van je kan vragen om een Bijbeltekst voor je te lezen en te kijken wat hij/zij hier van zegt. Deze vriend van mij reageerde met: Ik lees hierin de uitdaging om moed te tonen om ‘goed’ te doen.
En ik denk dat we dat als christen ook echt mogen erkennen, zeker in het Westen, waar we het eigenlijk (meestal) best goed hebben. Het feit dat we niet specifiek lijden, en dus niet écht gestraft worden, maakt dat we nog meer reden hebben om God te danken, maar ook om goede daden te (blijven) laten zien.

Dus. 🙂

5813312717_11f611857e

 

1 Petrus 2


1 PETRUS 2


Ik heb in mijn vriendengroep een meisje. Een meisje waar je nou echt van kan zeggen ‘dat is een goed mens’. Af en toe heb ik van die dagen dat ik me er aan erger of jaloers op ben, maar het merendeel van de tijd heb ik eigenlijk gigantisch veel respect voor d’r.

Dit meisje is denk ik het levende voorbeeld van 1 Petrus 2. ‘Leid te midden van de ongelovigen een goed leven’; ze heeft christelijk vriendengroepen, maar gaat ook echt wel met ongelovigen om. En zal ze in die kringen doen alsof ze niet gelooft? Zeker niet, daar schaamt ze zich dan niet voor. ‘Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer’. De keizer is misschien iets minder relevant geworden, maar één regeltje heeft zij in mijn hoofd gestampt: Oordeel niet, voordat je iemand kent. En eigenlijk mag je dan nog niet oordelen, want dat is aan God. Daar moest ik sterk aan denken toen ik het ‘Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief’ las. Sommige mensen kunnen dit gewoon. Zelf heb ik heel snel de neiging om bij een eerste ontmoeting, of een eerste roddel, of zelfs een eerste facebook-check al te denken: Deze persoon doet zus en zo, ik vind hem stom. Deze persoon luistert Justin Bieber. Ik vind haar stom. Dan geniet ik echt van het feit als ik ontdek dat ik de laatste tijd veel sneller denk: Maar misschien is hij/zij wel super aardig en stel ik me ontzettend aan over iets pietluttig. Yentl, zeur niet zo en doe lief. En dat werkt. En heel vaak hoef ik alleen te denken ‘niet oordelen..’ en dan helpt dat al. Fijne veranderingen zijn dat.

En eigenlijk kan je zoveel met 1 Petrus 2, dat ik hier misschien wel nog een keer over wil schrijven. Want een tekst als: Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden’.

Die zien jullie nog wel eens terug, want ik heb nu al inspiratie. 🙂

1a27c3dfe3e516d2297a4964cff73e98