Day nothing. :)

Zoals te merken was misschien, heb ik een beetje gefaald met dagelijks een blogje.

Gelukkig was het bewust. Want dit weekend had ik zoveel leuke dingen dat ik er helemaal in zat en geen tijd/moeite/energie in deze blog wou & kun steken 🙂
Een bruiloft van mijn beste vrienden, die echt de meeste leuke dag was die ik in lange tijd heb meegemaakt, waar zo’n mooi bruidspaar vooraan stond en waar het gewoon een openluchtdienst was, wat supermooi was! Een dagje op de bank hangen omdat het veel te warm is, met Sanne samen en een heel seizoen Cosby Show kijken. Naar de kerk in Culemborg, waar je je ontzettend welkom kan voelen en waar je je bij de Kalle’s misschien nog meer welkom voelt, en ’s avonds fijn aan ’t water eten met Sietse Ludger.

Dit soort weekenden horen er ook bij. En dan geniet ik nog liever van die dingen, dan dat ik geniet van de reacties die ik op mijn blog krijg. 🙂

Maar ik hoop er morgen weer tijd aan te besteden! 🙂 

Psalm 119


PSALM 119


Samenvatting van ’n Psalm van 11 pagina’s:
Trust in the Lord, with all your heart. Lean not on your own understanding.
In all of your ways, acknowledge Him, and He will make your paths straight.

Haggai 2


HAGGAI 2: 1-9


Ik ben bij je. Was wat mijn vader zei toen ik voor het eerst naar school ging en doodsbang was voor alle nieuwe ervaringen.

Ik ben bij je. Was wat mijn vader zei toen ik gepest werd in de klas, om redenen die nergens op sloegen.

Ik sta achter je. Was wat mijn vader zei toen ik koos naar welke school ik wilde gaan en wat voor vakken ik wilde doen.

Ik ben bij je. Was wat mijn vader zei bij alle meisjesproblemen die ik had.

Ik ben bij je. Was wat mijn vader mij dagelijks liet merken.

Ik sta achter je. Was wat mijn vader zei toen ik ging studeren.

Ik ben bij je. Was wat mijn vader zei toen het thuis niet goed ging.  Toen alles in een ruzie uit leek te lopen, zonder dat ook er ook maar een positieve opmerking naar mij af kon.

Ik ben bij je. Was wat ik altijd wist, ook al zei hij het niet.

‘Ik ben de Heer. Ik ben bij je.’


Voor sommige mensen is het nodig om erbij te zetten; getuigt dus blijkbaar van een overtuigende schrijfstijl, maar: Als ik in de ik-vorm schrijf, betekent dat niet meteen dat het ook echt om mij gaat. 🙂 

Ezechiël 44


EZECHIËL 44: 1-9


Ik heb associaties.

Associaties met de kerk.

Nu keuren we bij de kerk nog niet of je besneden bent, zou ook een beetje rare happening worden. Maar ik denk dat er best kerken zijn, wat mijn huisgenoot net even bevestigt, waar je een soort gekeurd wordt voor je naar binnen mag. Beoordeeld of je wel past/hoort bij deze kerk. Of je wel zwarte kousen aan hebt of een hoedje op. Of je wel een of andere drie-formulieren-iets kan ondertekenen.

Nu zal ik niet zeggen dat we als kerk gelijk zijn als God. En dat God hier iets onredelijks doet. Ik denk dat het, zeker voor het Oude Testament, best logisch is dat God zo streng is op dit vlak. Hij heeft een bepaald volk uitverkoren, de Israëlieten. De mensen die om hen heen en bij hen leven die niet besneden zijn en (wat ik, weer met hulp van huisgenoot, denk dat er bedoeld wordt) niet Joods zijn, daar is op dat moment geen ruimte voor.

Toch durf ik weer te beweren dat we dit stuk (sorry, ik heb de context eromheen niet precies gelezen) niet te letterlijk moeten lezen; ik wil het niet lezen als dat ongelovige/onbesneden/niet-joden echt niet voor God mogen komen. Ik wil het lezen als dat God in die tijd, toen, streng was en hier duidelijke regels in had. En ik denk dat we in de huidige tijd juist de kerk voor iedereen open moeten stellen en dat God ook voor iedereen openstaat. We zijn niet allemaal Israëlieten, maar God houdt wel van ons en wil er ook voor ons zijn. En in mijn hoofd, en in mijn beeld van God, wil Hij er ook zijn voor de zwerver op de hoek, die echt niet in God gelooft. Of voor de carrière-verslaafde buurvrouw. Of voor wie dan ook.

En ik ben me ernstig bewust van hoe belangrijk de context eigenlijk is. Don’t worry. 🙂

1 Petrus 2


1 PETRUS 2: 19-25


Laat ik het maar even op de eerlijke en persoonlijke tour gooien. Ik heb héél hard nagedacht hoe ik dit stuk in een mooi verhaal ging zetten. Je kan nu gemakkelijk stellen dat ik het natuurlijk op een christenvervolging had kunnen gooien en hier een mooi verhaal van kunnen schrijven. Ik durfde dit niet aan. Ik weet het, creatieve vrijheid en dergelijke, maar ik denk dat ik het verhaal van een vervolgde christen niet zo kan vertellen dat ik er recht aan doe, dat ik het echt vertel zoals het voelt. Vandaar.

Waar ik achter kwam, aan de hand van deze tekst, is dat ik eigenlijk een heel gezegend leven heb. Ik heb heel hard nagedacht over zaken waarin ik lijd, waarin ik gestraft word voor goede daden. Ik kon eigenlijk niks bedenken. Ik kan in alle vrijheid op de Uithof voor mijn lunch bidden. Ik kan in alle vrijheid een opwekkingsliedje samen met m’n mede-christelijke studiegenootje midden in het Langeveld gebouw gaan zingen. Ik kan op mijn werk als onderzoeksassistent duidelijk maken dat ik het minder prettig vind als er gescholden wordt met Jezus. Ik mag naar de kerk, waar ik wil.

Ik heb respect. Respect voor de mensen die wél moeite ervaren met geloven en die alsnog doorzetten.

En misschien het leukste van dit elke dag een verhaaltje schrijven, is het feit dat je iets makkelijker aan een niet-gelovige vriend van je kan vragen om een Bijbeltekst voor je te lezen en te kijken wat hij/zij hier van zegt. Deze vriend van mij reageerde met: Ik lees hierin de uitdaging om moed te tonen om ‘goed’ te doen.
En ik denk dat we dat als christen ook echt mogen erkennen, zeker in het Westen, waar we het eigenlijk (meestal) best goed hebben. Het feit dat we niet specifiek lijden, en dus niet écht gestraft worden, maakt dat we nog meer reden hebben om God te danken, maar ook om goede daden te (blijven) laten zien.

Dus. 🙂

5813312717_11f611857e

 

Jozua 24


JOZUA 24


Jozua was eigenlijk een soort papa van het volk in dit hoofdstuk. Een vader hoort zijn kind normen en waarden aan te leren, een vader leert zijn kind (Vaak) aan wat hij zelf gelooft, een vader hoort een kind te kunnen overtuigen waarom iets goed/fout is, maar hij hoort zijn kind ook zelf te laten kiezen. Jozua deed precies hetzelfde. Hij gaf duidelijk aan wat God tegen hem zei, hij vervolgde met het feit dat hij en zijn familie (hee een papa!) dit geloven. En Jozua volgt met de vraag waar het volk zelf voor kiest, wat zij gaan geloven.

En net als een kind, die al snel zijn vader zal geloven of mee zal gaan in de mening van zijn vader, volgt het volk Jozua en geven ze aan voor God te kiezen.
En misschien is het wel de hoop van elke vader, dat de dingen die hij over probeert te brengen aan zijn kind nog blijven beklijven, ook als hij niet meer in het leven van het kind is. Als een vader overlijdt, of als een kind opgroeit en uit huis gaat. Ook dit is bij Jozua het geval.. Jozua overlijdt, wordt begraven en verdwijnt dus uit het leven van het volk. Maar ze gaan niet opeens losbandig leven of alles loslaten wat Jozua hen geleerd heeft. Nee: ‘Zolang Jozua leefde diende het volk de HEER. Ook na zijn dood bleven ze de HEER dienen zolang de stammen werden aangevoerd door Jozua’s leeftijdsgenoten, die getuige waren geweest van de grootse daden die de HEER voor Israël had verricht.’

1 Petrus 2


1 PETRUS 2


Ik heb in mijn vriendengroep een meisje. Een meisje waar je nou echt van kan zeggen ‘dat is een goed mens’. Af en toe heb ik van die dagen dat ik me er aan erger of jaloers op ben, maar het merendeel van de tijd heb ik eigenlijk gigantisch veel respect voor d’r.

Dit meisje is denk ik het levende voorbeeld van 1 Petrus 2. ‘Leid te midden van de ongelovigen een goed leven’; ze heeft christelijk vriendengroepen, maar gaat ook echt wel met ongelovigen om. En zal ze in die kringen doen alsof ze niet gelooft? Zeker niet, daar schaamt ze zich dan niet voor. ‘Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer’. De keizer is misschien iets minder relevant geworden, maar één regeltje heeft zij in mijn hoofd gestampt: Oordeel niet, voordat je iemand kent. En eigenlijk mag je dan nog niet oordelen, want dat is aan God. Daar moest ik sterk aan denken toen ik het ‘Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief’ las. Sommige mensen kunnen dit gewoon. Zelf heb ik heel snel de neiging om bij een eerste ontmoeting, of een eerste roddel, of zelfs een eerste facebook-check al te denken: Deze persoon doet zus en zo, ik vind hem stom. Deze persoon luistert Justin Bieber. Ik vind haar stom. Dan geniet ik echt van het feit als ik ontdek dat ik de laatste tijd veel sneller denk: Maar misschien is hij/zij wel super aardig en stel ik me ontzettend aan over iets pietluttig. Yentl, zeur niet zo en doe lief. En dat werkt. En heel vaak hoef ik alleen te denken ‘niet oordelen..’ en dan helpt dat al. Fijne veranderingen zijn dat.

En eigenlijk kan je zoveel met 1 Petrus 2, dat ik hier misschien wel nog een keer over wil schrijven. Want een tekst als: Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden’.

Die zien jullie nog wel eens terug, want ik heb nu al inspiratie. 🙂

1a27c3dfe3e516d2297a4964cff73e98

Ruth 3

Af en toe heb je geen inspiratie.


RUTH 3


Liefde.

Verdriet. Verlies van je eigen man.

Verleden. Verleden, het vaderland.

Interesse. Interesse, in wie jij bent.

Lossen. Lossen, om beschermd te zijn.

Toekomst. Toekomst in deze man.

Liefde.

Genesis 27


GENESIS 27


Negen maanden zwangerschap. Ja, en niet zomaar 9 maanden, je mag het eigenlijk toch dubbel tellen als je een tweeling krijgt? Ach, ik weet het, dat is niet waar. Maar het was zwaar. En ik wil niet klagen hoor, ik voel me erg gezegend dat God mij dit geluk schenkt. Maar toch.. één was ook wel goed geweest. Ja. Één was ook wel goed geweest. Weet je waarom? Dan had je tenminste niet de moeilijkheden die ik nu heb. Ik heb twee zoons. Twee zoons, die op elkaar zouden moeten lijken. Dat hoort toch bij een tweeling.. Maar nee, ik heb twee zoons, die compleet verschillend zijn. En weet je wat het nare is? Mijn man is nog van de oude stempel; er zit volgens hem een rangorde in zijn kinderen.. eerstgeborene-recht en dergelijke zaken. Man, er zat maar iets van tien minuten tussen de geboorte van die twee. En ik heb nog iets te vertellen.. Ik schaam me er ergens wel voor, aangezien ik denk dat het niet iets is wat je hoort te hebben als moeder. Oké. Ik heb een voorkeur, ik heb een lievelingetje. Ik ben dol op Jakob. Esau is een goeie jongen hoor, maar het is niet mijn mannetje..

k hoorde hem praten. Hij is nu al oud en ligt alleen maar op bed, maar ik stond toevallig om de hoek.. Ik wou hem net eten brengen, toen ik hem hoorde praten tegen Esau. Ik hoorde maar flarden, maar ik begreep wel waar het om ging: Esau moest iets voor hem halen, en klaarmaken en dan zou hij de zegen als eerstgeborene krijgen. Oh en ik heb zo zitten twijfelen.. Esau was al weg op jacht, maar ik had een idee in mijn hoofd. Tuurlijk wist ik ook wel dat het niet eerlijk was en zeker dat je met zo’n oude man niet moest sollen.. Maar kom op.. Esau is 9 minuten eerder geboren dan Jakob, en dat zou betekenen dat hij wel een zegen mag krijgen? Ik zou Jakob wel helpen om hem die zegen te laten krijgen.

Je had de blik in hun ogen moeten zien. Verbazing, maar ook woede in Esau’s ogen. Dezelfde, maar grotere, verbazing bij Isaak, maar ook verdriet. Zijn vertrouwen was geschonden. En ik kon niet zeggen dat Jakob dat gedaan had.. Dat had ik gedaan. Ik had Jakob hiertoe aangezet.. En nu zijn ze beide weg.. Ik moest wel iets verzinnen om Jakob weg te krijgen, anders was ik m’n kerel straks kwijt.. Ik merk wel direct weer hoe mijn eigen wensen en gedachtes gevolgen hebben.. Maar.. Het spijt me..

Rebecca.

Job 16.


JOB 16


Vertrouwen.

Je kan vinden wat je wil, je kan denken wat je wil, je kan overtuigd zijn van schuld.
Alles is weg, alles zit tegen, alles stelt me teleur.
Vrienden geven troost, maar jullie geven enkel schuld.
Pijn, moeite en tegenslagen.
Door wie dan ook gegeven, door wie dan ook veroorzaakt, aan wie is dan de schuld.
Maar in de hemel mijn getuige.
Ik kan vinden wat ik wil, ik kan denken wat ik wil, ik kan overtuigd raken van schuld.
God is niet weg, God zit niet tegen, God stelt me niet teleur.

Pijn, moeite en tegenslagen,
maar God staat aan mijn zij.